top of page

Nee, je bent niet goed zoals je bent.


Beluister deze mooie podcast van Rudger Bregman over werk. Een fulltime carrière bestaat uit 2.000 werkweken. hoe we die tijd besteden is een van de belangrijkste morele beslissingen van ons leven, maar op dit moment verspillen talloze mensen hun tijd in suffe, nutteloze of zelfs schadelijke banen. Er is een medicijn: morele ambitie.


https://open.spotify.com/episode/1wfELvVBIQvPQsIOvAudPS?si=lG5YcVXCTqKU__R4gW136Q




Volgende arewebiased treffen op woensdag 16 november:






Voor diegene die liever lezen....hierbij het artikel uit De Correspondent:


Dit is een aanklacht tegen de grootste verspilling van onze tijd. De verspilling van talent.

Over de hele wereld zijn er miljoenen mensen die een grote bijdrage kunnen leveren aan een betere wereld, maar het niet doen. Waarom? De eerste reden ligt voor de hand: omdat ze de kans niet krijgen. Denk alleen al aan de helft van de wereldbevolking die moet leven van minder dan 7 dollar per dag. Hoeveel potentiële Einsteins en Marie Curies zitten daar niet tussen?

Maar in dit stuk wil ik het hebben over een ander soort verspilling. Over mensen die wel alle kansen krijgen, maar wier cv toch treurig oogt. Zij die de wereld aan hun voeten hebben, om vervolgens te stranden in suffe, nutteloze of zelfs schadelijke banen.

Er is een medicijn tegen deze leegte, en dat medicijn heet ‘morele ambitie’. Morele ambitie is de wil om de wereld een veel betere plek te maken. Om je carrière te wijden aan de grote uitdagingen van onze tijd, of het nu gaat over klimaatverandering of kindersterfte, belastingontwijking of de volgende pandemie. Het is het verlangen om aan de goede kant van de geschiedenis te staan, en het verschil te maken.

Het ideaal van morele ambitie komt voort uit een simpel besef: je hebt maar één leven op deze planeet. De tijd die je nog rest is je meest kostbare bezit. Tijd kun je nooit bijkopen, en ieder uur dat je hebt uitgegeven, ben je voor altijd kwijt. Een fulltime carrière bestaat uit 80.000 uur, oftewel 10.000 werkdagen, oftewel 2.000 werkweken. Hoe we die tijd besteden is een van de belangrijkste morele beslissingen van ons leven.


Wat zou er op je cv moeten staan? Wordt je curriculum vitae (‘levensloop’) een keurig doch voorspelbaar papiertje? Of leg je de lat hoger? Moreel ambitieuze mensen lopen niet mee met de kudde, maar geloven in een diepere vorm van vrijheid. Het is de vrijheid om de conventionele maatstaven van succes opzij te schuiven, en om je levenspad te bewandelen als een weg die je ook echt maar één keer kunt afleggen.

Wie de wereld een betere plek wil maken, hoeft anno 2022 niet ver te zoeken. Terwijl de mensheid nasiddert van een pandemie, zien we de ongelijkheid, armoede en zelfs de honger toenemen. Terwijl oorlog is uitgebroken in Europa, zijn er voor het eerst meer dan honderd miljoen mensen op de vlucht. Terwijl het ene na het andere hitterecord sneuvelt, hameren wetenschappers Het Klimaatpanel van de Verenigde Naties sprak al in 2018 van ‘snelle, verreikende en ongekende veranderingen in alle facetten van de samenleving’.op de noodzaak van ‘de grootste en meest fundamentele transformatie’ van de samenleving die ooit heeft plaatsgevonden in vredestijd.

Dit is een tijd, kortom, voor morele ambitie.

Nu kun je denken: allemaal leuk en aardig, maar ik werk van negen tot vijf, heb twee kinderen en een hypotheek. Ik wil best mijn plastic scheiden en wat minder vlees eten, maar een ‘fundamentele transformatie’? Uh, nee.

In dat geval gaat dit stuk niet over jou. Om eerlijk te zijn: het is vooral bedoeld voor tieners en twintigers die de grondwet van hun leven nog niet hebben geschreven. De meeste mensen die de dertig zijn gepasseerd veranderen nog maar zelden van koers. Wie eenmaal een labrador, een taartschep of een elektrische grasmaaier heeft, is doorgaans een verloren zaak.

Mocht je dit irritant vinden om te horen – en daar kan ik me iets bij voorstellen – bewijs dan vooral het tegendeel. Het is nooit te laat om je morele ambitie te verhogen.


De verspilling van talent

Laten we beginnen met een simpel model van wat je kunt doen met je talent. Volgens mij zijn dit zo ongeveer de opties:

Categorie I: geen ambitie, geen moraal

Er zijn mensen die simpelweg niets toevoegen met hun werk. Zij schrijven rapporten die niemand leest, of managen collega’s die geen management nodig hebben. Nu kan iedereen over een ander beweren dat hij niets toevoegt, maar wat als iemand het zegt over zijn eigen baan? De antropoloog David Graeber (1961-2020) sprak dan van een bullshit job.

Recent onderzoek wijst uit dat ongeveer 8 procent van alle werknemers de eigen baan nutteloos vindt. Nog eens 17 procent twijfelt of diens baan iets toevoegt aan de samenleving, en ja, daar zitten heel wat mensen bij met prachtige diploma’s. Om die oud-medewerker van Facebook maar weer eens te citeren: ‘De grootste geesten van mijn generatie denken na over de manier waarop ze mensen het beste op advertenties kunnen laten klikken.’

Het kan nog erger. Sommige banen zijn ronduit schadelijk en vallen onder wat economen ook wel ‘sin industries’ noemen. Hier vinden we marketeers die verslavende medicijnen promoten, boekhouders die rijkaards helpen hun belasting te ontduiken, verzekeringsagenten die dubieuze financiële producten slijten en eenieder die werkt voor de gok- of tabaksindustrie.

Aan de buitenkant van zo’n baan wordt nog wel een pr-laagje aangebracht (bij tabaksproducent Philip Morris zijn ze bijvoorbeeld druk met een ‘rookvrije toekomst’). Maar vergis je niet: we hebben het hier over mensen die op kosten van de samenleving hun diploma behalen om vervolgens dezelfde samenleving te verzieken.

Natuurlijk vinden veel mensen het niet leuk om vast te zitten in een nutteloze of zelfs schadelijke baan. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ze bovengemiddeld betaald krijgen, want om zulk werk vol te houden, wil je wel een extra vergoeding. Er is een opmerkelijk verband tussen het salarisniveau en de (im)moraliteit van een sector. Zie bijvoorbeeld deze Zwitserse studie:

Voor mensen in deze categorie is er ook nog een vluchtroute genaamd ‘FIRE’. Dit is een uit de Verenigde Staten overgewaaide beweging, die inmiddels duizenden volgelingen heeft in Nederland. FIRE staat voor ‘Financially Independent, Retire Early’. De aanhangers geven elkaar tips om zoveel mogelijk te besparen zodat ze zo snel mogelijk met pensioen kunnen.

Dat jongelui willen sparen is natuurlijk hartstikke mooi, maar de kern van de FIRE-ideologie is een tikje sneu. Het gaat erom dat je een vorm van vrijheid bereikt waarbij je ‘niets meer hoeft’. Niet zo verwonderlijk dus dat de FIRE-fanaten geobsedeerd zijn met zogenoemd ‘passief inkomen’. Dat is inkomen waarvoor je niet hoeft te werken, uit vastgoed, aandelen of Bitcoins. De leden van de FIRE-beweging willen zo snel mogelijk de transitie maken van kantoorslaaf naar rentenier, zodat ze het vervelende werk kunnen uitbesteden.


Categorie II: ambitie zonder moraal

De tweede categorie van verspild talent bestaat uit mensen die wél ambitieus zijn, maar niet bijzonder idealistisch. Of anders gezegd, ze willen bij de besten horen, maar hanteren nogal zielloze maatstaven van succes: een fancy titel, een dik salaris, een corner office, en meer van dat soort extraatjes.

Kijk alleen al naar de uitstroom van de meest prestigieuze universiteiten ter wereld. Maar liefst 45 procent (!) van de alumni van de Harvard-universiteit gaat aan de slag in de financiële sector of de consultancy. Uit een peiling van een paar jaar geleden blijkt dat ook in Nederland 40 procent van de high achievers (studenten met hoge cijfers) bij grote advieskantoren als McKinsey of de Boston Consulting Group wil werken. Vooral onder jongemannen zijn de adviesbranche en het bankwezen razend populair.

We hebben het hier over een kolossale verspilling van talent. Zelfs als je niet eindigt in een bullshit job dan nog zal je bijdrage relatief weinig voorstellen. Zo voegen de meeste consultants heus wel wat toe, maar – en dit is de crux – veel minder dan ze zouden kunnen. Dan helpen ze een organisatie aan een iets betere workflow of een duidelijker HR-beleid, of doen ze zo’n gestandaardiseerd duurzaamheidsproject, waarbij ze het ene na het andere bedrijf helpen om te voldoen aan nieuwe regelgeving.

Het is prima werk, en iemand moet het doen. Maar bedenk: zelfs in het beste scenario helpen deze (super)talenten hoogstens om anderen iets productiever te maken. Ze brengen zelden stilstaande ballen aan het rollen. Ze richten geen nieuwe organisaties op, doen geen nieuwe uitvindingen, en houden zich meestal niet bezig met de grootste uitdagingen van onze tijd.

Een leuk salaris, een tweede huisje op Vlieland – is dat alles wat je uit het leven wil halen?

Natuurlijk, wie kiest voor dit carrièrepad kan rekenen op een leuk salaris. Als je bij de top hoort, krijg je heus dat tweede huisje op Vlieland en mag je zo vaak als je wilt op skivakantie. Maar is dat echt alles wat je uit je leven wilde halen? Had er niet veel meer in gezeten? Veel getalenteerde consultants, zo schreef de Financial Times recent, ‘hebben het idee dat ze weinig waarde aan de wereld toevoegen en missen een gevoel van persoonlijke groei, gemeenschap en doel’.

Een vergelijkbare kwestie speelt in de wereld van ondernemers. Scroll door de lijstjes van succesvolle startups en je ziet een paar prachtige initiatieven. Denk aan bedrijven als Lightyear (een op zonne-energie rijdende auto), Meatable (kweekvlees), en Leyden Labs (een neusspray tegen virussen).

Maar veel vaker zie je oplossingen voor problemen waarvan je niet wist dat je ze had. In de categorie ‘beste jonge ondernemers’ stuiten we bijvoorbeeld op een elektrische tandenborstel-abonnement (Boombrush). Of denk aan de zoveelste beleggingsapp (Bux), de zoveelste mode-outlet (Otrium), nog een verzenddienst voor webshops (SendCloud) of weer een matrassenstartup (MattSleeps) waar podcastend Nederland niet over op kan houden (‘Een matras is eigenlijk het sufste product dat je kunt bedenken’, aldus de oprichter).

Allemaal niets mis mee hoor, en het is best relaxt om het nieuwe borstelkopje van je tandenborstel iedere twee maanden automatisch in de bus te krijgen. Maar je vraagt je tegelijkertijd af wat de oprichters van dit soort bedrijven hadden kunnen bereiken als ze zich hadden vastgebeten in, ik noem maar wat, die kwestie van 5,4 miljoen baby’s en peuters die jaarlijks sterven aan eenvoudig te voorkomen aandoeningen.

Begrijp me niet verkeerd: ik vind de customer experience van een bedrijf als Coolblue ook fenomenaal (zo veel beter dan Bol!). En ja, topman Pieter Zwart is een betrekkelijk geniale vent. Maar het is wel genialiteit in het verkopen van wasmachines en laptops. Pieter is een eindbaas, maar ook gewoon een keukenboer.


Categorie III: moraal zonder ambitie

En dan is er nog een derde categorie, van mensen die wel idealistisch zijn, maar weinig ambitieus. Deze houding lijkt vooral kenmerkend voor Generatie Z, die werd geboren na 1997. Uit de ene na de andere peiling blijkt dat de tieners en twintigers van nu de meest progressieve generatie ooit vormen.

Dat is uitstekend nieuws, en een enorme verbetering ten opzichte van tien jaar geleden. Als het indertijd over jeugdig idealisme ging, had je hoogstens wat vroegoude D66-jongeren die zich druk maakten over het begrotingstekort en het pensioenstelsel. Jongeren van nu zijn veel meer geëngageerd, en focussen zich op de echte crises van onze tijd, of het nu gaat over klimaatverandering of belastingontwijking, over MeToo of Black Lives Matter.

Maar ondertussen lijkt er iets te missen. Dat zie je bijvoorbeeld in de manier waarop veel jonge mensen over hun carrière nadenken. Menigeen wil niet meer meedoen aan de kapitalistische rat race, en zoekt naar een baan die ook een passie moet zijn (het liefst in deeltijd). En mocht je niet weten wat je passie is, dan zijn er inmiddels honderdduizend coaches om je te adviseren.

Soms lijkt ‘ambitie’ wel een vies woord geworden, dat niet past binnen een mindful levensstijl. Velen maken zich liever druk over de aard dan over de impact van hun werk. Als het maar goed voelt. ‘Small is beautiful’, klinkt het dan, of ‘think global, act local’ – alsof het een deugd is om weinig te bereiken.

In sommige kringen lijkt het hoogste ideaal om überhaupt geen impact te hebben. Dan wordt een goed leven vooral gedefinieerd aan de hand van wat je niet doet. Niet vliegen. Geen vlees. Geen kinderen. En vooral geen plastic rietje! Minder, minder, minder. Het streven is zo’n klein mogelijke voetafdruk met je moestuin naast je tiny house. In het beste geval is je impact zo klein dat je net zo goed niet had kunnen bestaan.

Laat er geen misverstand over bestaan: het is een uitstekend idee om je kleine daden in lijn te brengen met je grote idealen (en stoppen met vlees uit de bio-industrie lijkt me een moreel minimum). Maar een goed leven is toch veel meer dan wat je niet doet? Je mag toch hopen dat je op je sterfbed kunt zeggen dat je bijdrage uit meer heeft bestaan dan alles wat je niet hebt stukgemaakt?

Zelfs de meest moralistische beweging van onze tijd is weinig ambitieus

Zo bekeken is zelfs de meest moralistische beweging van onze tijd weinig ambitieus. Ik heb het over zij die ‘woke’ genoemd worden. Er wordt vaak gezegd dat woke-activisten te ver gaan, maar in de praktijk gaan ze juist niet ver genoeg. Illustratief is hun obsessie met de woorden waarmee we de wereld beschrijven. Natuurlijk, woorden doen ertoe en vormen op een bepaalde manier zelfs de werkelijkheid, maar uiteindelijk is het belangrijker wat je doet.

Als we kijken naar de concrete successen van de woke-beweging, dan blijkt de opbrengst mager. Tegenwoordig kun je in no-time een miljoenenpubliek bereiken met een online tirade tegen seksisme, racisme of kapitalisme (Kill the patriarchy! Defund the police! Tax the rich!). Maar wat gebeurt er vervolgens? Veel volgers op Instagram is niet hetzelfde als een strakke organisatie. Een trending topic op Twitter is niet hetzelfde als een meerderheid in het parlement. Het moderne protest lijkt soms niet veel meer dan een verzameling van kliks en likes, in de hoop dat iemand daarboven luistert.

‘Mensen begrijpen niet’, schrijft Patrisse Khan-Cullors (een van de oprichters van Black Lives Matter), ‘dat organiseren niet betekent dat je mensen online uitscheldt of naar een protest gaat en iets veroordeelt.’ Voor wezenlijke verandering is er veel meer nodig. Hoe bouw je een coalitie? Hoe voer je een effectieve lobby? Hoe lopen de geldstromen? Wie speelt een sleutelrol in welke commissie, op nationaal, provinciaal en lokaal niveau? Welke specialistische kennis heb je nodig om te weten op welke knoppen je moet drukken, en hoe kun je met het verplaatsen van één komma in dit protocol of die procedure al een eerste stap zetten?

Wat de mindful en woke bewegingen gemeen hebben, is dat ze bewustzijn hoger aanschrijven dan actie. Woorden en intenties worden belangrijker gemaakt dan daden en gevolgen, en hoe het voelt groter dan hoe het is. Maar in bewustzijn kun je niet wonen. Bewustzijn kun je niet eten. Met bewustzijn koel je de planeet niet af, bied je die 100 miljoen vluchtelingen geen onderdak en doe je niets voor de 26 miljard kippen in de mondiale bio-industrie. In het beste geval is bewustzijn een begin, maar voor menig activist lijkt het een einddoel geworden.


Hoe morele ambitie eruitziet

Kan het anders? Stel: je neemt de ambitie van een carrièretijger en je voegt er een flinke scheut idealisme aan toe. Wat krijg je dan?

Laat ik drie voorbeelden geven van moreel ambitieuze mensen:

  • Leah Garcés werkt sinds haar 25ste als fulltime activist voor dierenrechten. Al vroeg in haar carrière besefte ze dat de strijd tegen de bio-industrie weinig vooruitgang boekte, en dus gooide ze het over een andere boeg. Ze zocht bondgenoten onder veeboeren en overtuigde meer dan vijftig grote Amerikaanse bedrijven (inclusief Walmart) om geen eieren van kippen uit kooien meer te verkopen. Het resultaat: honderden miljoenen kippen werden uit hun kooi bevrijd.

  • Lucia Coulter studeerde geneeskunde en werkte een tijdje als dokter in Londen. Ze vond het geweldig om in een ziekenhuis te werken, maar besefte ook dat de impact van één extra dokter in een rijk land beperkt is. En dus richtte ze het Lead Exposure Elimination Project op, een stichting die strijdt tegen loodvergiftiging in arme landen (een probleem dat zelden in het nieuws is, maar waar jaarlijks één miljoen mensen aan sterven). Lucia en haar team boekten al snel succes: ze wisten de overheid van Malawi te overtuigen om het loodgehalte van verf strenger te reguleren. Het resultaat: ongeveer 43.000 extra levensjaren en een betere gezondheid voor 215.000 kinderen.

  • William MacAskill is filosoof. Als student ergerde hij zich aan andere filosofen die eindeloos praatten, maar niets deden. Op zijn 22ste werd hij een van de oprichters van de organisatie Giving What We Can, die mensen in rijke landen aanmoedigt ten minste 10 procent van hun inkomen te doneren aan effectieve goede doelen (zelf geeft William meer dan 50 procent). Hij werd ook een pionier van het ‘effectief altruïsme’, dat is uitgegroeid tot een invloedrijke beweging. Inmiddels zijn er meer dan tweehonderd afdelingen in zeventig landen, inclusief Nederland en België. De beweging heeft honderden miljoenen dollars gedoneerd aan bijvoorbeeld de Against Malaria Foundation waardoor, zo luidt een conservatieve schatting, al minstens 100.000 levens zijn gered.

Wat hebben Leah, Lucia en William gemeen? In de eerste plaats: plichtsbesef. Ze weten dat ze zich in een uitzonderlijke positie bevinden. Een modale Nederlander behoort al tot de rijkste 3,5 procent van de wereld, en met een diploma van een hogeschool of universiteit zit je al helemaal bij de mondiale elite.

Let op: in deze grafiek is al gecorrigeerd voor het feit dat je geld meer waard is in armere landen.

In de tweede plaats worden Leah, Lucia en William gedreven door pure ambitie. Ze zien hun daden niet als een druppel op een gloeiende plaat, maar geloven dat ze het verschil kunnen maken. Ze denken dat er veel meer mogelijk is dan we nu doen, en zijn bereid om risico’s te nemen in de zoektocht naar moreel succes. Ze combineren de dadendrang van Coolblue met de doelen van Unicef. Ze zeggen niet ‘iemand zou eens…’, maar komen zelf in actie. In hun strijd tegen onrecht vinden ze big beautiful en zien ze winnen als hun morele plicht.

De grote vraag is natuurlijk: waar kun je het beste je tijd, energie en middelen aan besteden? Moreel ambitieuze mensen stellen zichzelf drie vragen. Eerst kijken ze hoe groot een probleem is, dan onderzoeken ze of er effectieve oplossingen bestaan en tot slot vragen ze zich af hoe ‘verwaarloosd’ het probleem is.

Neem loodvergiftiging: maar liefst een op de drie kinderen wereldwijd heeft een gevaarlijke loodconcentratie in het bloed. Er zijn slimme plannen om daar iets aan te doen en het is ook een verwaarloosd probleem, want bijna niemand houdt zich ermee bezig. Een morele ondernemer ziet hier een ‘gat in de markt’: met relatief weinig middelen kun je veel goed doen. Als Lucia Coulter dokter was gebleven had ze over haar hele carrière ongeveer twintig levens gered. Als oprichter van de Lead Exposure Elimination Project worden dat er duizenden.


Welke carrièreladder wil je beklimmen?

Ja, soms betalen moreel ambitieuze mensen een prijs voor hun idealen – denk alleen al aan de abolitionisten die streden tegen de slavernij, of de suffragettes die vochten voor het vrouwenkiesrecht. Een van de grootste abolitionisten ooit, een man genaamd Thomas Clarkson (1760-1846), zwoer op zijn 25ste om zijn leven te wijden aan de strijd tegen de slavernij. Na zeven jaar had hij 35.000 mijl afgelegd, te paard, vaak ‘s nachts, om overal pamfletten en petities te verspreiden en bondgenoten te mobiliseren. Op z’n 32ste kreeg hij een totale zenuwinzinking, of wat we nu een ‘burn-out’ zouden noemen.

Nee, Clarkson was niet erg mindful, en hij had het waarschijnlijk beter wat rustiger aan kunnen doen (niemand heeft er baat bij als wereldverbeteraars al op hun 32ste instorten). Maar Clarkson kreeg in ieder geval geen burn-out omdat hij net iets te vaak in z’n kracht was gezet tijdens een horizontale platformsessie. ‘Ik moest uit het veld gedragen worden’, schreef hij in zijn memoires, ‘waar ik de grote eer en glorie van mijn leven aan had verbonden.’

Uiteindelijk moet eenieder voor zichzelf bepalen wat ‘de grote eer en glorie’ van je leven is. ‘Een persoon van eer vindt het niet alleen belangrijk om gerespecteerd te worden’, schrijft de filosoof Kwame Anthony Appiah, ‘maar ook om het respect waard te zijn.’ Of anders gezegd: eer gaat over de waardering van mensen die belangrijk voor je zijn. Dus zeg het maar: wie is belangrijk voor je? In wiens achting wil je stijgen? Welke carrièreladder wil je beklimmen?

Een ding is zeker: wie een moreel ambitieus leven wil leiden, kan niet vroeg genoeg beginnen. Angst voor verandering is de eerste ouderdomsziekte die zich aandient in een mensenleven. Voor je het weet zit je vast in doorsneebaan met gouden handboeien, en kun je nog geen fractie van je tijd en inkomen missen omdat je al je centen nodig hebt voor dat abonnement op de borstelkopjes van je elektrische tandenborstel.

Maar als je de sprong durft te wagen, dan zijn de mogelijkheden eindeloos. Want juist omdat zo veel mensen hun talent verspillen, kunnen moreel ambitieuze mensen het verschil maken.


Bron: Rudger Bregman voor De Correspondent


Volgende arewebiased treffen op 16 november (ipv 25 okt)




117 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page